Vrienden van de Streektaal Lochem

Streektaal in ‘t nieuws

Overijssels Statenlid in opstand tegen “taaldiscriminatie”



De Stentor, 24 april 2018

Henry van der Wal

Zwolle / Vollenhove



Overijssels Statenlid in opstand tegen 'taaldiscriminatie'


ZWOLLE De strijd om erkenning van het Nedersaksisch laait weer op. Het Overijsselse D66-Statenlid Jos Mooijweer, onderzoeker bij het Historisch Centrum Overijssel, wil dat 'zijn' taal dezelfde behandeling krijgt als het Fries en Limburgs. Hij komt tot zijn oproep omdat het hem in het provinciehuis niet wordt toegestaan in het Nedersaksisch te spreken. „Taaldiscriminatie", vindt Mooijweer dat. Volgens het Statenlid is actie geboden, want: „Het gebruik van de streektaal neemt af'.


                                                    En nu in het Nedersaksisch!                



Overiessels Staotelid in opstand tegen 'taeldiskriminaosie'


ZWOLLE De stried om erkenning van et Nedersaksisch stikt de kop weer op. Et Overiesselse D66-Staotelid Jos Mooijweer, onderzuker bi'j et Historisch Centrum Overiessel, wil dat 'zien' tael op dezelde meniere behaandeld wodt as et Fries en Limburgs. Hi'j dot disse oproep omreden et him in et per-veensiehuus niet toestaon wodt om in et Nedersaksisch et woord te doen. 'Taeldiskriminaosie' vient Mooijweer zoks. Neffens et Staotelid moet der wat gebeuren, want 'Et gebruuk van de streektael wodt minder' (vertaling in het Stellingwerfs).



'Pas het Nedersaksisch nou ook eens gewoon toe!'


Toen het Overijsselse Statenlid Jos Mooijweer werd gemaand niet in het Nedersaksisch te spreken, voelde dat slecht. Tijd voor dezelfde status als het Fries. En gewoon dóen.




























































                            Statenlid Jos Mooijweer heeft zich jarenlang afgevraagd wat een 'miegwörm' is. Antwoord: het

                    Nedersaksische woord voor mier. Foto Frans Paalman



Taaldiscriminatie noemt D66-Statenlid Jos Mooijweer het. Nota bene in het huis van de provincie mocht hij bij zijn installatie niet de taal spreken van het volk dat hij vertegenwoordigt. Dat moet veranderen, vindt hij, in het belang van het voortbestaan van het Nedersaksisch.

„Was dat Fries?", vroeg plaatsvervangend Statenvoorzitter Anneke Beukers verbouwereerd, nadat Jos Mooijweer vorig jaar december op zijn manier de eed had afgelegd om voor drie maanden plaatsvervangend Statenlid te kunnen worden. Het tekent het gebrek aan kennis van het Nedersaksisch, terwijl die taal toch al in 1996 werd erkend door de Raad van Europa. Op dat moment bleef zijn actie zonder gevolgen, maar toen Mooijweer vorige maand moest worden herbenoemd, kreeg hij een verbod opgelegd om dat in de streektaal te doen.

„Ik was het helemaal niet van plan, maar ik vond dit wel vervelend. Heel merkwaardig dat er druk op wordt gelegd terwijl dit de taal is van de provincie en het volk dat wij vertegenwoordigen", zegt Mooijweer. „Dat wij die niet mogen gebruiken bij een installatie is een tekortkoming."


Miegwörm


Mooijweers fascinatie voor de streektaal stamt al uit zijn jeugd, toen hij zich realiseerde dat de taalgrens door zijn ouderlijk huis liep. Moeder was van Blokzijl, vader van Vollenhove. Zij van het Stellingwerfse Nedersaksische dialect, hij van het Sallandse. „Jarenlang heeft zij zich afgevraagd wat in hemelsnaam een 'miegwörm' was. „Dat is dus een mier", zegt Mooijweer, met een lichte grijns. „Ik ben al vroeg op die verschillen gaan letten. Als je gevoelig bent voor taal, zoals ik, dan vind je dat interessant."

Het Nedersaksisch verdient volgens Mooijweer dezelfde behandeling als het Fries en het Limburgs, talen met dezelfde erkenning. „Ik gun het de Friezen van harte hoor, maar als je kijkt hoeveel Friezen er zijn...hooguit een half miljoen, tegenover twee miljoen mensen in het Nederlandse deel van het Nedersaksisch taalgebied. Misschien komt het doordat de Friezen hun taal hebben gestandaardiseerd."

Dat het maar niet opschiet met het Nedersaksisch wijt Mooijweer vooral aan de rijksoverheid. „Die wil niet zo ver gaan als met het Fries. Vanwege de kosten en omdat het onpraktisch is. Dat hadden ze dan maar moeten bedenken toen ze Fries als officiële taal toestonden."


            Dit is de taal van het volk dat wij vertegenwoordigen-Jos Mooijweer, Statenlid


Wat zou er dan moeten gebeuren?


„We hebben sinds de erkenning al zo'n twintig jaar zitten hannesen met die taal. Ik zeg: pas het nou ook eens toe. Gewoon met praktische dingen. Alle overheidsdocumenten vertalen, hoeft helemaal niet. Dat ik de eed of gelofte in het Nedersaksisch mag afleggen, kost niets. We vinden identiteit belangrijk voor toerisme en economie. Waarom dan niet alle plaatsnaamborden tweetalig? Zo zijn er genoeg simpele dingen te bedenken die helpen om het zichtbaar te maken."


Waarom lukt het niet het Nedersaksisch verder te brengen?


„De afgelopen tien jaar is er niet veel gebeurd, ook door de crisis. En streektaal is blijven hangen in de hoek van de cultuur, ze moet nu naar het publieke domein. Daarin zijn we denk ik lang niet assertief genoeg. Het wordt tijd dat we ons meer gaan roeren, ook in Den Haag."


Hoe belangrijk is dit voor de taal?


„Heel belangrijk, want het gebruik van de streektaal neemt af."


Hoe komt dat?


„Door mobiliteit. Wie woont er nu nog van de wieg tot het graf in dezelfde woonplaats? Een dialectgemeenschap in stand houden, is lastiger geworden. En al helemaal als daar ook nog schaamte bij komt. We moeten mensen dus ook niet uitlachen als het in dialect niet zo goed lukt, maar juist waarderen dat ze het proberen."


Wat kunnen we van u nog meer verwachten?


„Ik ben niet degene die het moet doen. Onze gedeputeerde Hester Maij speelt hierin een belangrijke rol. Zij werkt aan een convenant, samen met andere Nedersaksische overheden. Ik hoop dat dit meer is dan een basisdocument en dat er een uitvoeringsplan aan vast zit. Daar zal ik scherp naar kijken."


NEDERDUITS


Eén taal, maar zeven dialecten


Het Nedersaksisch bestaat uit een groep niet-gestandaardiseerde Nederduitse dialecten.

Eenvijfde van het taalgebied ligt in Nederland en strekt zich uit van Groningen tot het noorden van Gelderland. Daar worden grofweg zeven dialecten onderscheiden. Het overgrote deel van het taalgebied ligt in Noord-Duitsland. Steeds minder mensen spreken Nedersaksisch.

Minder dan 20 procent van de volwassenen en minder dan 5 procent van de kinderen beheerst de streektaal nog. Vanwege de gestage daling bestaat de vrees dat het Nedersaksisch over enkele decennia geheel verdwenen zal zijn.


CONVENANT


'Nedersaksisch is pijler van onze identiteit'


„Het Nedersaksisch is een van de pijlers van onze identiteit", reageert Overijssels gedeputeerde Hester Maij. Er wordt gewerkt aan een convenant met het rijk, dat in september klaar moet zijn. Maij: „We willen afspraken maken over hoe we gebruik van taal kunnen stimuleren, zonder dat we nieuwe wetgeving of verplichtingen invoeren."


                                              

Terug