Vrienden van de Streektaal Lochem

Streektaal in ‘t nieuws

“Een uurtje plat praten op school”


Sjoerd van der Werf


De Stentor, 13 maart 2019


,,Het wot moesstil in de klasse'', zegt meester Jos tegen groep 5-6 van basisschool St. Ludgerus in de buurtschap Zwolle. ,,Wee zol er dit jaor bliev'n zitt'n?''


Wethouder Jos Hoenderboom als meester voor de klas in Zwolle bij de start van het Achterhoekse project Wiesneus                Foto Theo Kock


Het is niet voor het eerst dat het Achterhoeks in dit klaslokaal klinkt, de meeste kinderen op deze plattelandsschool in de Groenlose buurtschap kennen het dialect wel uit hun omgeving. De Jos die hen het verhaaltje voorleest is geen echte meester, het is wethouder Jos Hoenderboom van de gemeente Oost Gelre. Hij kroop gistermiddag even in de rol van meester bij de start van Wiesneus, het project om het Achterhoekse dialect op de basisschool te introduceren. Wiesneus is een tijdschrift met verhaaltjes en opdrachten in het dialect. Het project loopt voor het tweede jaar. En met succes: vorig voorjaar deden er 17 scholen in de Achterhoek mee, dit jaar zijn er 38 bijgekomen. Dat betekent dat in de hele Achterhoek zo'n tweeduizend leerlingen op die scholen met het dialect in aanraking komen.

In Zwolle wordt de les gegeven door Maria Stammers, die voor haar pensioen les gaf aan de Ludgerusschool. De geboren Meddose is in haar jeugd met dialect opgegroeid, maar die vanzelfsprekend van toen is er nu niet meer. ,,Het gebruik van het dialect loopt terug'', zegt ze. ,,Maar het is wel onderdeel van de cultuur dat bewaard moet blijven." Dat kan door de negatieve sluier van het dialect af te halen. En door kinderen op de basisschool dialectles te geven.

Juf Marijn Krabbenborg denkt dat de meeste kinderen in haar klas het dialect wel kennen. ,,Volgens mij wel 80 procent.'' Lang niet allemaal spreken de kinderen het. ,,Af en toe hoor je dat ze het onder elkaar wel gebruiken, bij sommigen wordt thuis nog wel dialect gesproken. En ze houden allemaal van dialectmuziek, ze kennen nummers van Jolink en Normaal.''

Wiesneus is ontwikkeld door het Huus van de Taol in Drenthe. Het is door het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers vertaald en wordt door de Achterhoekse bibliotheken met vrijwilligers op scholen gegeven.

Volgens ECAL-directeur Femia Siero is dat waarschijnlijk ook een verklaring voor de snelle groei van het aantal deelnemende scholen. ,,De erkenning van het Nedersaksisch als taal helpt, maar het is ook voor het eerst dat er nu een goede lesmethode is.'' De scholen reageerden enthousiast op Wiesneus. Siero: ,,We hebben het beperkt tot de groepen 5 en 6, anders kunnen we het niet aan.''

Wiesneus lijkt maar één minpuntje te hebben: het is maar één lesuur.



Terug