Vrienden van de Streektaal Lochem

Archief Streektaal in ‘t nieuws


Fries, Limburgs en nu ook...Nedersaksisch?


Algemeen Dagblad, 3 maart 2012


DEN HAAG Tukkers, Groningers en Drenten willen wat de Friezen al tijden hebben: officiële erkenning van hun streektaal, het Nedersaksisch. CDA-Kamerlid Eddy van Hijum steunt hen in deze wens. 'U hoeft zich er niet voor te schamen om uw eigen taal te spreken.'


Leerlingen kunnen op school een cursus krijgen in hun streektaal, gemeenteraden vergaderen zo af en toe in die taaien op de regionale omroep wordt in een aantal programma's de streektaal gesproken. Dat gebeurt allemaal al in het Nedersaksisch taalgebied. Toch hebben streektalen als het Twents, Gronings en Drents niet dezelfde status als het Fries en dat is de noordoostelijke provincies een doorn in het oog.


Hun streektaal wordt, net als het Limburgs, erkend in Nederland, maar zij willen een 'hogere' erkenning, die zij ook in Europees verband te gelde kunnen maken. Het verzoek om die status te krijgen, legden de betrokken partijen al twee jaar geleden bij de minister van Binnenlandse Zaken neer, maar uitsluitsel heeft de minister nog altijd niet gegeven.


CDA-Kamer
lid Eddy van Hijum maakt zich er nu hard voor dat de minister het Nedersaksisch zo snel mogelijk officiële erkenning geeft. „Ik ben zelf in Friesland opgegroeid, dus ik weet dat een eigen taal waarde heeft voor mensen. Dat moetje niet wegmoffelen," aldus de politicus die in Salland woont.


Een hogere status van het Nedersaksisch houdt voor de betrokken provincies de verplichting in om zich in te spannen voor behoud van de streektaal, weet Siemon Reker, hoogleraar Groninger taal en cultuur. „En officiële erkenning heeft vooral een psychologisch effect," zegt Reker. „Het is een steun van de overheid aan de burger: 'Wanneer u Gronings spreekt, hoeft u zich daar niet voor te schamen. Wees niet bang, wij vinden dat normaal.'


Mensen hebben hier vaak van jongsaf meegekregen dat het slecht voor hen is om de taal uit hun eigen omgeving te spreken. Met officiële erkenning is die houding af te leren."


Cabaretier Herman Finkers, Tukker én liefhebber van de Twentse taal, staat helemaal achter de officiële erkenning van zijn thuistaal. „Hoe meer talen, hoe mooier. Als er in je eigen streek geen eigen taal meer wordt gesproken, wat houd je dan nog over? Dan laat je een wereld uitsterven."


Wel waarschuwt hij ervoor de bevolking vooral niet op te leggen om de streektaal te gebruiken. „Hier heerst   een   groot wantrouwen tegen alles waarbij je het gevoel krijgt datje wat moet. Het beste kun je het Nedersaksisch verbieden, dan gaan ze het hier juist praten."


Parlementariër Van Hijum erkent dat officiële erkenning niet hét wondermiddel is. „Mensen moeten zelf trots zijn op hun taal en hem willen spreken. Maar de overheid kan aangeven dat zij het behoud van die taal ook belangrijk vindt."



Terug