Vrienden van de Streektaal Lochem

Archief Streektaal in ‘t nieuws

Achterhoeks niet erkend als officiële minderheidstaal


De Stentor, 30 maart 2012


Achterhoeks niet erkend als officiële minderheidstaal


'Jao, jao' is officieel geen goede reactie


Is minister Spies' 'njet' om het Nedersaksisch in Brussel als taal te laten meetellen desastreus? In elk geval kunnen bewindslieden nu niet met 'jao, jao' antwoorden….


LOCHEM - Nota bene dezelfde dag dat minister van Binnenlandse Zaken Liesbeth Spies vorige week de Achterhoek de hemel in prees bij het Achterhoeks lentediner, plofte bij de provincie Drenthe Spies' afwijzing van de erkenning als taai van het Nedersaksisch op de mat. Hoe rampzalig is dat besluit om de streektaal die van Zuid-Friesland tot in de Achterhoek en van Groningen tot Twente en op de Veluwe gesproken wordt, geen officiëlere status te geven dan het dialect nu heeft?


Oud-Bredevoorter Maarten Hijink, communicatiemedewerker van de SP-Tweede Kamerfractie, twittert over streektaal rondom het debat dat bij Pauw en Witteman volgde: 'Joa' is een pracht-woord. Heb ooit overwogen een Achterhoeks woordenboek te schrijven met enkel het woord 'joa'. Kuj ver met kom'n.' Jammer dat hij het als Achterhoeker op zijn Twents spelt natuurlijk, maai mooi dat het besef over hoe je je uitdrukt in de streektaal niet helemaal wordt weggedrukt. En misschien juist wel een opsteker dat Haagse politici zich voortaan niet van 'jao jao' kunnen bedienen in antwoord op lastige vragen.


Enkele Achterhoekers, gevraagd naar hun mening over de toekomstkansen voor het dialect, zijn daar evenwel vrij somber over.


Toneelregisseur Geert Vreeman uit de Winterswijkse buurtschap Miste denkt dat het grotendeels de schuld van de dialectsprekers zelf is dat de roep om erkenning is afgewezen.

„We hadden meer en eerder aan de bel moeten trekken. Voor mij hoeft het Achterhoeks helemaal niet dezelfde status als het Fries te krijgen. Af en toe dialectles op school zou al veel helpen. Dat moeten basisscholen toch zelf kunnen organiseren zonder dat het veel geld kost."


De jonge uitgever Maarten Boland uit Dinxperlo: „Er zijn veel mensen goedbedoeld met dialect bezig, maar te weinig professioneel Door de huidige opzet is dialect iets wat geld kost, omdat men het 'erbij' doet. Dialectboeken en streekuitgaven worden vaak uit beleefdheid in de winkels gelegd, maar een winstmarge voor de uitgever is een vies woord. Op dialect-dagen zie ik alleen 'grijze muizen’. Als je daar als dertiger een gesprek mee aan wilt knopen word je niet eens serieus genomen. Krijgt de jeugd wel een kans? De erkenning als streektaal had een (laatste) impuls kunnen zijn voor het Nedersaksisch om er bovenop te komen. Een uurtje dialect in de week op school had een van de gevolgen kunnen zijn. Kinderen hebben aangetoond heel goed Nederlands, Engels en Duits simultaan te kunnen leren. Waarom zou dat met dialect niet kunnen? Ik vrees dat de teloorgang onomkeerbaar is. Dat geldt niet alleen voor het Nedersaksische streektaalgebied: ook het aantal verkochte boeken in de Friese taal is de afgelopen jaren met 30 procent teruggelopen. We worden in Nederland in hokjes gestopt en daar hoort klaarblijkelijk alleen de standaardtaal bij."


Co Roording uit Doetinchem, oud-leraar in het middelbaar onderwijs, denkt dat dialectbehoud een strijd is die in de gezinnen al verloren is. „Behouden is goed, maar dan moet die behoefte wel blijken. Maar ook het Fries loopt hard terug. We mogen al blij zijn met de dialectwoordenboeken, met Normaal en Boh Foi Toch. Zelfs de hoop dat de achteruitgang nog tot stilstand kan worden gebracht is te hoog gegrepen. De jeugd leert het niet meer en kunstmatig aanleren werkt niet. Ik zou zeggen: lees met smaak de prachtige boeken van Herman van Velzen en wees verder met een kleine groep van echte dialectvrienden gelukkig”.


Terug