Vrienden van de Streektaal Lochem

Archief Streektaal in ‘t nieuws

Brook Duo, de Nick en Simon van ‘t platteland


‘Door streektaal en volksmuziek staan we dicht bij de mensen’


Op het Oost-Nederlandse platteland zijn ze minstens zo populair als Nick en Simon. Zeker bij de zestigplusgeneratie. Die waardeert het dat het Brook Duo de streektaal in ere houdt.


De Stentor, 12 december 2012


door Jan Buter


Ze hebben tegen de honderd optredens per jaar en waar ze ook komen, de zalen zitten vol. Van de acht cd's die ze de afgelopen vijftien jaar maakten is er nauwelijks nog eentje te koop en als ze 'op tour' gaan in Oostenrijk volgen in hun kielzog zes bussen vol fans. Het Brook Duo stevent al aardig op het zilveren jubileum af, maar qua populariteit lijken Gert-Jan Oplaat en Hennie Tijink hun hoogtepunt nog niet eens te hebben bereikt.

Dat succes kent twee belangrijke pijlers. „We staan dicht bij de mensen, omdat we in de streektaal zingen", zegt Gert-Jan Oplaat. „En omdat we volksmuziek maken", vult Hennie Tijink aan . „Dat is muziek die vooral de mensen die een beetje dicht bij de grens wonen en met de Duitse televisie zijn opgegroeid weten te waarderen."


Tja, die streektaal. Daar is het Brook Duo onlosmakelijk mee verbonden. Alhoewel Gert-Jan zich prima in het algemeen Nederlands kan uiten. Dat in het verleden als VVD-kamerlid, tegenwoordig als voorzitter van de Kamer van Koophandel Gelderland en commissaris-bestuurder van diverse bedrijven ook vaak moest en moet. „Maar het Maarkels is mijn eerste taal", zegt hij. „Dat is de taal waarmee ik ben opgegroeid. Ik praat, ik denk en ik schrijf in het plat." Voor Hennie is het al niet anders. Ook al klinkt zijn 'plat' net even iets anders dan dat van zijn maatje in de muziek. Hennie is namelijk geen geboren Markeloër. Hij kwam pas op 22-jarige leeftijd naar het dorp. Om er badmeester te worden en dat tot zijn pensionering te blijven. Daarom kent iedereen in Markelo zijn bijnaam (en inmiddels ook artiestennaam) 'De Badmutse'. „Maar ik ben geboren in Neede. Da's nog geen twintig kilometer verderop, maar de kenners horen toch het verschil tussen het Twents en het Achterhoeks." De fans zal dat trouwens worst wezen en ook geboren Markeloër Oplaat maakt er absoluut geen punt van. „Met die taalpuristen die je in het streektaalwereldje af en toe tegenkomt heb ik niks. Ik spreek en zing gewoon in het dialect zoals ik dat ken, op de manier die ik van huis heb meegekregen. En of dat dan officieel goed Twents is, dat zal me een zorg wezen.

„Trouwens... taal is altijd in ontwikkeling. Waarom zou je je uiten op de manier waarop je grootouders dat deden als ieder ander al een hedendaagse versie spreekt?" Hij schiet in de lach en zegt: „Is het je wel eens opgevallen dat heel veel mensen de hele dag plat praten, behalve tegen de hond en de kinderen? Dan is het: Fikkie, kom hier! En: Foei Jantje, zit niet zo te zeuren. In plaats van: Hier komm'n en: Zit neet zo te nöaln."

Hoe graag gezien ook bij het publiek, de populariteit van het Brook Duo beperkt zich vooralsnog tot de streek waar vanouds Neder-Saksisch wordt gesproken. „Het is vooral de taal die ons bindt met het publiek", zegt Oplaat. „Maar niet alleen de taal. Ook heel belangrijk is de liefde voor de streek, die we uitstralen. Het thuisgevoel, kun je ook zeggen. Datzelfde gevoel kennen onze naobers in Salland, de Achterhoek en Drenthe en een stukje Veluwe."

Als illustratie begint de Badmutse te zingen en Oplaat valt direct in: Bi'j wiet van thoes, en lik oene wereld groot, Kiek in oen hart, en veul dan ut kleine geluk.

Een liedje trouwens, dat speciaal op verzoek van enkele inwoners van buurdorp Laren werd geschreven en tijdens de laatste 'Laornse Karmse' voor het eerst uitgevoerd.

Twintig, dertig jaar geleden moest dialectmuziek en -cabaret het vaak nog hebben van het wat ondeugende, het 'platte'. Vaak waren de teksten op het randje, soms zelfs er ver overheen. Oplaat, die de meeste teksten van het Brook Duo voor zijn rekening neemt, moet daar niks van hebben. Hij blijft altijd keurig. Of je zou je al moeten ergeren aan bijvoorbeeld zijn ode aan de 'Vrouwleu van het platteland': Daor hebt de vrouwleu nog 'n bos holt veur de duur. Gin siliconen, puur natuur.


Ook van gevoelens van overdreven nostalgie (jammer genoeg nog steeds kenmerkend voor veel dialectschrijvers) heeft Oplaat geen last. „Ik leef nu en schrijf over mijn wereld van vandaag. En gelukkig waarderen de mensen dat."
Wil je het Brook Duo muzikaal gezien in een hoekje plaatsen, dan komt het woord Volkstümlich al snel in je op. De muziek die de meeste mensen kennen van hun vakantie in Tirol, maar ook ver daarbuiten wordt beoefend. Meest in Duitstalige (of voorheen Duitse) streken. Populaire muziek, die sterk aanleunt tegen de traditionele volksmuziek.

„Daar kiezen we heel bewust voor", zegt Oplaat. „Het is in wezen eenvoudige muziek, die de mensen makkelijk kunnen meezingen. Maar het is ook de muziek van onze jeugd We zijn in Markelo en Neede opgegroeid met de Duitse televisie.

Daar was die muziek veel op te horen. We zouden ook kunnen kiezen voor bijvoorbeeld country, daar ben ik persoonlijk een groot liefhebber van. Maar die volksmuziek spreekt de mensen hier toch meer aan, denk ik. En daar gaat het tenslotte om. Wij zijn uiteindelijk maar heel gewone jongens en met wat we doen willen we ook het gewone volk aanspreken.”



'Mirreweenter op het platteland' in vijftien kerken


Een groot zwart doek, waarop sterretjes fonkelen. Ervoor twee fors uitgevallen leunstoelen met daarop twee heren van middelbare leeftijd. Keurig gekleed in stemmige colberts, in plaats van de ietwat frivole, vaak felgekleurde overhemden die eigenlijk hun handelsmerk zijn. Tijdens de Kerkentour 2012 laat het Brook Duo zich van een heel andere kant zien.

Vorig jaar tijdens de Advent verzorgden Oplaat en Tijink vijftien speciale kerstvoorstellingen in kerken in de regio. Het werd een doorslaand succes. Uitverkochte zalen kende het duo al, bomvolle kerken hadden ze sinds hun jeugdjaren niet gezien. En al die kerkgangers kwamen voor hen!


Geen wonder dus, dat de tour dit jaar een vervolg krijgt. Vanaf de try-out vorige week donderdag in het 'eigen Markelo' treedt het Brook Duo tot en met volgende week zaterdag in maar liefst vijftien kerken in Twente, Salland en de Achterhoek op. Speciaal voor de kerkentour schreef Gert-Jan Oplaat een kerstverhaal. Niet met een os en een ezel en spelend in het Heilige Land. Nee, zijn verhaal Mirreweenter op het platteland (in de streektaal uiteraard) speelt zich af op een boerderij in het Markelose Broek en begint in de oorlogswinter 1944. Oplaat vertelt over Hennek en Marie en hun kinderen (onder wie de 'ongelukkige' Getje) en onderduikster Sarah. Over wat de Duitse bezetting met hen doet, maar ook over hoe een dorp omgaat met goed en fout. Gert-Jan Oplaat leest voor, de 'Badmutse' zit in zijn leunstoel mee te luisteren. Hier en daar wordt het bij vlagen spannende of aangrijpende verhaal onderbroken door (toepasselijke) liedjes uit het repertoire van het Brook Duo, die Hennie en Gert-Jan samen zingen. En aan het eind volgen nog vier bekende kerstliederen, die het publiek mag meezingen. „Ik ben in Oostenrijk op het idee van deze kerkentour gekomen", vertelt Oplaat. „Daar is het heel gewoon, dat in de kersttijd allerlei artiesten optreden in de kerk. Ik had iets van: dat moet bij ons ook kunnen. Een kerk is ook een heel passende omgeving voor deze voorstelling. Vanwege de sfeer en zeker ook de akoestiek. En ja, ik heb wel iets in me van een 'preakvâa'. En als kind, voordat ik besloot boer te worden leek dominee me wel wat. Er gaat nu dus een oude wens een beetje in vervulling."


'Mirreweenter op het platteland' is onder meer nog te zien in Geesteren (14 december), Barchem (15 december, 's middags), Harfsen (16 december, 's avonds), Bathmen (17 december) en Laren (21 december).


Terug